WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  U bent steeds verantwoordelijk voor de bediening van uw auto. Het systeem is bedoeld als hulpmiddel en is ontheft de bestuurder niet van zijn plicht om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dit leiden tot verlies van controle over de auto en al dan niet dodelijke verwondingen.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Let goed op veranderende omstandigheden op de weg, zoals wanneer u de snelweg oprijdt of verlaat, op wegen met kruispunten of rotondes, wegen zonder zichtbare rijstroken of op bochtige, gladde, onverharde wegen of steile hellingen.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem detecteert wellicht geen stilstaande voertuigen of voertuigen die langzamer rijden dan 10 km/h.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Gebruik het systeem niet wanneer u een aan aanhanger sleept met een achteraf aangesloten elektronisch remsysteem voor aanhangers. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dit leiden tot verlies van controle over de auto en al dan niet dodelijke verwondingen.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem is geen aanrijdingswaarschuwings- of aanrijdingsvoorkomingssysteem.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem detecteert geen voetgangers of voorwerpen op de weg.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem detecteert geen tegenliggers in dezelfde rijstrook.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Gebruik het systeem niet bij slecht zicht, bijvoorbeeld mist, zware regenval, opspattend water en sneeuw.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Gebruik uitsluitend aanbevolen bandenmaten, omdat anders de normale werking van het systeem beïnvloed kan worden. Als u dat niet doet, kunt u de controle over de auto verliezen, wat tot ernstig letsel kan leiden.

Het systeem past de rijsnelheid aan om de ingestelde afstand tussen uw auto en uw voorligger op dezelfde rijstrook te handhaven. U kunt kiezen uit vier instellingen.
Het systeem maakt gebruik van een radar die een lichtbundel direct voor uw auto projecteert.
Missing Image
U bedient de adaptieve snelheidsregeling via het stuurwiel.
Adaptieve snelheidsregeling inschakelen
Missing Image  Druk hierop om het systeem in stand-by te zetten.
Missing Image
Het lampje, de huidige instelling voor de afstand en de ingestelde snelheid verschijnen op het informatiedisplay.
Adaptieve rijsnelheid instellen
Rijd tegen de vereiste snelheid.
Missing Image  Druk op de wisseltoets omhoog om de huidige snelheid in te stellen.
Neem uw voet van het gaspedaal.
Het lampje, de huidige instelling voor de afstand en de ingestelde snelheid verschijnen op het informatiedisplay.
Missing Image
Als het systeem een voertuig voor u detecteert, verschijnt een afbeelding van het voertuig op het informatiedisplay.
N.B.:   Als de adaptieve snelheidsregeling is ingeschakeld, kan de snelheidsmeter licht afwijken van de ingestelde snelheid die in het informatiedisplay wordt weergegeven.
Een voertuig volgen
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Wanneer u een voertuig volgt dat remt, remt uw auto zonder tussenkomst van de bestuurder niet altijd snel genoeg af om een botsing te voorkomen. Rem indien nodig. Als u deze instructie negeert, kan dat al dan niet dodelijke verwondingen tot gevolg hebben.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem waarschuwt alleen voor voertuigen die door de radarsensor worden gedetecteerd. In sommige gevallen kan de waarschuwing ontbreken of vertraagd optreden. Rem indien nodig. Als u deze instructie negeert, kan dat al dan niet dodelijke verwondingen tot gevolg hebben.

 Als een voertuig voor u zich naar uw rijstrook verplaatst of als een trager voertuig zich op uw rijstrook bevindt, wordt de rijsnelheid aangepast om een ingestelde afstand aan te houden.Een afbeelding van het voertuig verschijnt in het informatiedisplay.
N.B.:   Wanneer u een voertuig volgt en een richtingaanwijzer aanzet, kan de adaptieve snelheidsregeling tijdelijk licht accelereren, voor hulp om het voertuig voorbij te rijden.
Uw auto houdt een constante afstand aan tot het voertuig voor u, totdat:
  • het voertuig voor u sneller gaat rijden dan de snelheid die u hebt ingesteld.
  • het voertuig voor u een baan opschuift.
  • u een nieuwe afstand instelt.
 Het systeem schakelt de remmen in om uw auto te vertragen en een veilige afstand tot de auto vóór u te houden. Het systeem oefent slechts beperkte remkracht uit. U kunt het systeem omzeilen door zelf de remmen in te schakelen.
Als het systeem bepaalt dat de maximale remkracht onvoldoende is, hoort u een waarschuwingstoon wanneer het systeem doorgaat met remmen. Onderneem onmiddellijk actie.
N.B.:   De remmen kunnen geluid voortbrengen wanneer ze door het systeem worden gebruikt.
De afstand instellen
Missing Image  U kunt de afstand tot uw voorligger verkleinen of vergroten door op de afstandsregeling te drukken.
N.B.:   Het is uw eigen verantwoordelijkheid om een afstand in te stellen die past bij de rijomstandigheden.
Missing Image
 De geselecteerde afstand wordt door middel van balken in de afbeelding op het informatiedisplay weergegeven. U kunt kiezen uit vier instellingen.
Instellingen afstand adaptieve snelheidsregeling tussen voertuigen

Ingestelde snelheid   Grafische weergave - balken weergegeven tussen voertuigen   Afstand in tijd - in seconden   Tussenruimte   Dynamisch gedrag  
 km/h   m  
100 km/h1   1   28 mSport.  
100 km/h2   1,4   39 mNormaal.  
100 km/h3   1,8   50 mNormaal.  
100 km/h4   2,2   61 mComfort.  

Het systeem selecteert de laatste gekozen afstand wanneer u het contact aanzet.
Het systeem onderbreken
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Als u het systeem onderbreekt door het gaspedaal in te trappen, gebruikt het systeem niet automatisch de remmen om de afstand tot een voorligger te handhaven.

Gebruik het gaspedaal om de ingestelde maximumsnelheid doelbewust te overschrijden.
Wanneer u het systeem onderdrukt, verdwijnt de afbeelding van het voertuig van het informatiedisplay.
Ingestelde snelheid veranderen
Missing Image  Druk op de wisseltoets omhoog om de ingestelde snelheid te verhogen.Missing Image  Druk op de wisseltoets omlaag om de ingestelde snelheid te verlagen.
U kunt de ingestelde snelheid aanpassen in kleine of grote stappen. Druk de wisseltoets één keer omhoog of omlaag om de ingestelde snelheid in kleine stappen aan te passen. Houd de wisseltoets omhoog of omlaag ingedrukt om de ingestelde snelheid in grote stappen aan te passen.
Het systeem kan de remmen gebruiken om de auto af te remmen tot de nieuwe ingestelde snelheid. De ingestelde snelheid wordt continu op het informatiedisplay weergegeven wanneer het systeem is ingeschakeld.
Ingestelde snelheid annuleren
Missing Image  Druk op de knop of trap het rempedaal in.
De laatst ingestelde snelheid wordt doorstreept weergegeven en de laatst gekozen afstand wordt weergegeven maar wordt niet gewist.
N.B.:   De snelheid wordt ook geannuleerd als u het koppelingspedaal lange tijd blijft intrappen.
Ingestelde snelheid hervatten
Missing Image  Druk op de toets.
De rijsnelheid keert terug naar de eerder ingestelde rijsnelheid en afstand. De ingestelde snelheid wordt continu op het informatiedisplay weergegeven terwijl het systeem is ingeschakeld.
N.B.:   Gebruik hervatten alleen als u zich bewust bent van de ingestelde snelheid en bewust naar deze snelheid wilt teruggaan.
Automatisch annuleren
Het systeem werkt niet als de rijsnelheid lager is dan 20 km/h. Als de rijsnelheid onder 20 km/h daalt, klinkt er een alarmgeluid en wordt adaptief remmen vrijgezet.
Automatisch annuleren kan ook gebeuren wanneer:
  • de banden de grip op het wegdek verliezen.
  • het motortoerental te laag is.
  • u de parkeerrem inschakelt.
N.B.:   Als het motortoerental te laag wordt, geeft het informatiedisplay u de raad naar een lagere versnelling te schakelen.
Gebruik in heuvelachtig terrein
Kies een lagere versnelling als het systeem wordt ingeschakeld wanneer u bergaf rijdt op steile hellingen, bijvoorbeeld in berggebieden. Het systeem moet in deze situaties aanvullend remmen op de motor, om de belasting op het remsysteem te verminderen en om te voorkomen dat dit oververhit raakt.
N.B.:   Er klinkt een geluidssignaal en het systeem wordt uitgeschakeld als de remmen lange tijd worden gebruikt. Zo kunnen de remmen afkoelen. Het systeem werkt wanneer de remmen zijn afgekoeld.
Adaptieve snelheidsregeling uitschakelen
Missing Image  Druk op de toets.
N.B.:   De ingestelde snelheid wordt gewist wanneer u het systeem uitschakelt.
Problemen met detectie
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  In zeldzame gevallen kunnen er problemen met detectie optreden door de infrastructuur van de weg, bijvoorbeeld bruggen, tunnels en veiligheidsbarrières. In dergelijke gevallen remt het systeem laat of onverwacht. U blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het besturen van de auto, de bewaking van het systeem en ingrijpen indien nodig.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Laat de auto zo snel mogelijk controleren als er een storing van het systeem is.

De radar heeft een beperkt gezichtsveld. Deze detecteert niet alle voertuigen in alle situaties en kan voertuigen later dan verwacht detecteren. De afbeelding van de voorligger wordt niet weergegeven als het systeem geen verkeer voor u waarneemt.
Missing Image
Onverwachte reacties kunnen optreden:
AWanneer u op een andere lijn rijdt dan uw voorligger.
BBij voertuigen die zich op uw rijstrook voegen. Het systeem kan deze voertuigen alleen detecteren wanneer ze volledig op uw rijstrook rijden.
CEr kunnen problemen zijn met de detectie van voorliggers in of na een bocht in de weg.
In dergelijke gevallen remt het systeem laat of onverwacht. U moet alert blijven en indien nodig ingrijpen.
Wanneer de voorkant van uw auto door iets geraakt wordt of als er schade ontstaat, kan de zone voor radardetectie gewijzigd worden.Dit kan een storing van het systeem veroorzaken. Laat uw auto zo snel mogelijk controleren.
Systeem niet beschikbaar
In de volgende situaties wordt het systeem wellicht niet ingeschakeld:
  • een geblokkeerde sensor.
  • hoge temperatuur van de remmen.
  • een storing in het systeem of een gerelateerd systeem.
Sensoren systeem voor adaptieve snelheidsregeling
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem zal wellicht niet goed werken als de sensor is geblokkeerd. Houd de voorruit vrij.

Missing Image
De camera is achter de binnenspiegel gemonteerd.
Missing Image
De radar bevindt zich achter de grille, onder de kentekenplaat.
 Een bericht geeft aan dat iets de radarsignalen van de sensor blokkeert. Het systeem kan geen voorligger detecteren en werkt niet wanneer de sensor geblokkeerd wordt.
N.B.:   U kunt de sensor niet zien, deze zit achter een frontpaneel.
N.B.:   Houd de voorzijde van de auto vrij van vuil, metalen plaatjes of voorwerpen. Beschermers tegen steenslag, achteraf gemonteerde lampen, extra lak of plastic coatings kunnen de prestaties van de sensor ook negatief beïnvloeden.

Oorzaak   Handeling  
Het oppervlak van de radar in de radiateurgrille is vuil of geblokkeerd.   Maak de radiateurgrille voor de radar schoon of verwijder eventuele blokkades.  
Het oppervlak van de radar is schoon, maar het bericht blijft in het display staan.   Wacht even. Het kan een paar minuten duren voordat de radar merkt dat de sensor niet meer geblokkeerd wordt.  
Hevige regen of sneeuw verstoort de radarsignalen.   Gebruik het systeem niet in dergelijke omstandigheden, omdat voorliggers mogelijk niet worden gedetecteerd.  
Opspattend water, sneeuw of ijs op het wegdek verstoort de radarsignalen.   Gebruik het systeem niet in dergelijke omstandigheden, omdat voorliggers mogelijk niet worden gedetecteerd.  
U bevindt zich in de woestijn of in een afgelegen gebied zonder andere voertuigen en zonder voorwerpen langs de weg.   Wacht even of schakel over op normale snelheidsregeling.  

Wegens de aard van radartechnologie kan een bericht worden weergegeven dat de sensor is geblokkeerd wanneer de sensor niet is geblokkeerd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer u rijdt in afgelegen landelijke omgevingen of in de woestijn. Een valse blokkade lost zichzelf op of wordt gewist nadat u het contact uitzet en weer aanzet.
Overschakelen op normale snelheidsregeling
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  De normale snelheidsregeling remt niet wanneer uw auto tragere voertuigen nadert. Zorg ervoor dat u zich altijd goed bewust bent van welke modus u hebt gekozen. Rem indien dit nodig is.

U kunt overschakelen van adaptieve snelheidsregeling naar snelheidsregeling via het informatiedisplay.
Om te wisselen tussen adaptieve snelheidsregeling en normale snelheidsregeling, gebruikt u de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel om het volgende te selecteren:

Menu-item   Handeling  
Bestuurdersas.
Druk op de menutoets.  
Cruise Control
Druk op de OK-toets.  
Modus
Druk op de OK-toets.Druk de wisseltoets omhoog of omlaag om de gewenste instelling te kiezen.Druk op de OK-toets.  

Missing Image  Het controlelampje voor snelheidsregeling vervangt het controlelampje voor adaptieve snelheidsregeling wanneer u normale snelheidsregeling selecteert.De ingestelde afstand wordt niet weergegeven, het systeem reageert niet automatisch op voorliggers en adaptief remmen treedt niet in werking. Het systeem onthoudt de laatst gekozen instelling wanneer u de auto start.
Controlelamp adaptieve snelheidsregeling
Missing Image  De controlelamp verschijnt wanneer u het systeem inschakelt.
De controlelamp verschijnt in het informatiedisplay wanneer het systeem in stand-by staat en wanneer u de snelheid voor adaptieve snelheidsregeling instelt.
Informatiemeldingen adaptieve snelheidsregeling

Mededeling   Handeling  
Adaptieve Cruise Control niet beschikbaar Sensor geblokkeerd Zie handboek
De radar heeft verminderd zicht.  
Adaptieve Cruise Control niet beschikbaar
Het systeem is niet beschikbaar.  
Adaptieve Cruise Control Storing
Het systeem heeft niet correct gewerkt.Laat uw auto zo snel mogelijk controleren.  
Cruise Control actief Adaptieve Brake uitgeschakeld
U hebt normale snelheidsregeling ingeschakeld. Adaptief remmen wordt uitgeschakeld.  

Adaptieve snelheidsregeling met verkeersbordherkenning
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  U bent steeds verantwoordelijk voor de bediening van uw auto. Het systeem is bedoeld als hulpmiddel en is ontheft de bestuurder niet van zijn plicht om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dit leiden tot verlies van controle over de auto en al dan niet dodelijke verwondingen.

Het systeem combineert verkeersbordherkenning met adaptieve snelheidsregeling. Met het systeem kunt u de rijsnelheid instellen op de snelheidslimiet die wordt gedetecteerd door het systeem voor verkeersbordherkenning. Als het systeem voor verkeersbordherkenning bijvoorbeeld een snelheidslimiet van 80 km/h detecteert, wordt de rijsnelheid ingesteld op 80 km/h.
N.B.:   Het systeem stelt de rijsnelheid niet in op de snelheidslimieten die worden weergegeven met een aanvullend verkeersbord in het informatiedisplay.
N.B.:   U kunt de ingestelde snelheid op elk moment onderdrukken.
N.B.:   De afstandsinstelling voor adaptieve snelheidsregeling werkt normaal.
Omschakelen tussen modi voor snelheidsregeling
U kunt ook wisselen tussen de modi voor snelheidsregeling met behulp van het informatiedisplay.
Om te wisselen tussen de modi voor snelheidsregeling, gebruikt u de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel om het volgende te selecteren:

Menu-item   Handeling  
Bestuurdersas.
Druk op de menutoets.  
Cruise Control
Druk op de OK-toets.  
Modus
Druk op de OK-toets.Druk de wisseltoets omhoog of omlaag om de gewenste instelling te kiezen.Druk op de OK-toets.  

Intelligente modus
Missing Image
Als u deze modus selecteert, verschijnt een haakje rond de ingestelde snelheid en het gedetecteerde bord met de maximumsnelheid in het informatiedisplay. Het systeem is ontworpen om de rijsnelheid in te stellen op de snelheidslimiet die wordt gedetecteerd door het systeem voor verkeersbordherkenning voordat uw auto voorbij het bord met de snelheidslimiet rijdt.
In bepaalde omstandigheden past het systeem de rijsnelheid wellicht pas aan nadat uw auto voorbij het bord met de maximumsnelheid is gereden.
N.B.:   De ingestelde snelheid wordt aangepast wanneer het systeem een verschillende maximale snelheidslimiet detecteert.
Als het systeem een snelheidslimiet niet detecteert, blijft de momenteel ingestelde snelheid behouden als de rijsnelheid.
Automatisch annuleren
Als het systeem voor verkeersbordherkenning een snelheidslimiet detecteert die onder de ingestelde minimumsnelheid voor de adaptieve snelheidsregeling ligt, hoort u een geluidssignaal en gaat het systeem terug naar stand-by.
Instellingen tolerantie ingestelde snelheid aanpassen
Via het grenswaardemenu in het informatiedisplay kunt u een permanente snelheidsgrenswaarde instellen die hoger of lager is dan de gedetecteerde snelheidslimiet.
Om de instelling van de tolerantie voor de snelheid aan te passen, gebruikt u de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel om het volgende te selecteren:

Menu-item   Handeling  
Bestuurdersas.
Druk op de menutoets.  
Cruise Control
Druk op de OK-toets.  
Tolerantie
Druk op de OK-toets.Druk de wisseltoets omhoog of omlaag om de gewenste snelheidsinstelling te kiezen.Druk op de OK-toets.  

Adaptieve modus
Als u deze modus selecteert, werkt de adaptieve snelheidsregeling met handmatig ingestelde snelheidsinvoer. Het systeem stelt de rijsnelheid niet in op de snelheidslimiet die wordt gedetecteerd door het systeem voor verkeersbordherkenning.
Normale modus
Als u deze modus selecteert, werkt de normale snelheidsregeling. De ingestelde afstand wordt niet weergegeven, het systeem reageert niet automatisch op voorliggers en adaptief remmen treedt niet in werking.
Informatiemeldingen adaptieve snelheidsregeling met verkeersbordherkenning

Mededeling   Handeling  
Adaptieve Cruise Control Speed Sign Recognition niet beschikbaar
Informatie over maximumsnelheid op basis van navigatiesysteem is niet beschikbaar. Als het bericht blijft verschijnen, laat uw auto dan zo snel mogelijk controleren.