WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  U bent steeds verantwoordelijk voor de bediening van de auto. Het systeem is bedoeld als hulpmiddel en ontheft de bestuurder niet van zijn plicht om tijdens het rijden voorzichtig en oplettend te zijn. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dit leiden tot verlies van controle over de auto en al dan niet dodelijke verwondingen.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem zal wellicht niet goed werken als de sensor is geblokkeerd. Houd de voorruit vrij.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Neem regelmatig een pauze als u zich moe voelt. Wacht niet tot het systeem u waarschuwt.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Bepaalde rijstijlen kunnen ertoe leiden dat het systeem u waarschuwt, ook al voelt u geen vermoeidheid.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Onder koude en barre weersomstandigheden is het mogelijk dat het systeem niet werkt. Regen, sneeuw en opspattend water kunnen de prestaties van de sensor beperken.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem werkt niet indien de sensor de rijstrookmarkeringen niet kan registreren.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Laat uw auto zo snel mogelijk controleren als er schade is in de onmiddellijke omgeving rond de sensor.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Het systeem werkt wellicht niet correct als uw auto is uitgerust met een niet door ons goedgekeurde wielophangingsset.

Het systeem geeft een waarschuwing indien het berekent dat u slaperig wordt of dat uw rijgedrag verslechtert.
Het systeem berekent uw alertheidsniveau aan de hand van uw rijgedrag ten opzichte van de rijstrookmarkeringen en andere factoren wanneer de rijsnelheid hoger is dan circa 65 km/h.
Waarschuwingen systeem bestuurderswaarschuwing
Het waarschuwingssysteem heeft twee fasen:
  1. Er wordt een tijdelijke waarschuwing afgegeven die u aanraadt een rustpauze te nemen. Dit bericht verschijnt slechts gedurende een korte periode.
  2. Als u geen pauze neemt en het systeem blijft registreren dat uw rijgedrag vermindert, zal het systeem een waarschuwing geven. De waarschuwing blijft in het informatiedisplay staan tot u deze annuleert.
N.B.:   Het systeem waarschuwt u niet als de rijsnelheid lager is dan ongeveer 65 km/h.
Weergave systeem bestuurderswaarschuwing
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Information.
  1. Selecteer Driver Alert.
Uw berekende alertheidsniveau wordt in zes stappen op een gekleurde balk weergegeven. De balk verloopt van rechts naar links met het afnemen van uw berekende alertheidsniveau.
Missing Image
Uw berekende alertheidsniveau is goed.
Missing Image
Uw berekende alertheidsniveau is laag. Breng de auto tot stilstand en neem een pauze zodra dit veilig kan.
Uw berekende alertheidsniveau wordt in het grijs weergegeven wanneer:
  • de sensor de rijstrookmarkeringen niet kan volgen.
  • de rijsnelheid lager is dan ongeveer 65 km/h.
Bestuurderswaarschuwing in- en uitschakelen
  1. Selecteer Driver Assist. met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Schakel Driver Alert in of uit.
N.B.:   Het systeem blijft in- of uitgeschakeld, afhankelijk van de laatste instelling.
Bestuurderswaarschuwing resetten
U kunt het systeem als volgt resetten:
  • Het contact uit- en aanzetten wanneer de auto stilstaat.
  • Het bestuurdersportier openen en sluiten wanneer de auto stilstaat.
Systeemmeldingen bestuurderswaarschuwing

Mededeling   Handeling  
Waarschuwing Bestuurder moe Rust aanbevolen
Wordt weergegeven wanneer het raadzaam is een pauze te nemen omdat u niet alert genoeg bent.  
Waarschuwing Bestuurder moe Pauze nemen
Wordt weergegeven wanneer u een pauze moet nemen omdat u niet alert genoeg bent.