Over starten op afstand
Met het systeem kunt u de motor op afstand starten via de FordPass-app.
Het systeem kan de binnentemperatuur ook aanpassen naargelang van de instellingen die u kiest.
N.B.:   Alle andere voertuigsystemen blijven uitgeschakeld wanneer u de motor op afstand start.
N.B.:   De auto blijft beveiligd wanneer u de motor op afstand start. Om het contact aan te zetten en met de auto te rijden, moet zich een geldige sleutel in uw auto bevinden.
Beperkingen van starten op afstand
Starten op afstand werkt niet in de volgende gevallen:
  • De claxon van het alarm gaat af.
  • De motorkap is open.
  • De transmissie staat niet in de parkeerstand (P).
Starten op afstand inschakelen
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Vehicle Settings.
  1. Selecteer Remote Start.
  1. System in- of uitschakelen.
N.B.:   Zorg dat de modem is ingeschakeld om starten op afstand te gebruiken.   Zie   Verbonden voertuig
De motor op afstand starten
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Start de motor niet in een gesloten garage of in andere gesloten ruimtes. Uitlaatgassen zijn giftig. Open altijd de garage voordat u de motor start. Als u deze instructie negeert, kan dat al dan niet dodelijke verwondingen tot gevolg hebben.

Gebruik de FordPass-app om de motor te starten.
N.B.:   De richtingaanwijzers knipperen tweemaal.
N.B.:   De parkeerlichten worden ingeschakeld wanneer de motor draait.
N.B.:   De claxon gaat af als het systeem niet kan starten.
N.B.:   U moet het contact aanzetten voor u wegrijdt.
De motor op afstand stoppen
Gebruik de FordPass-app om de motor te stoppen.
Instellingen voor starten op afstand
Pas de instellingen voor starten op afstand aan via het informatiedisplay.
N.B.:   U kunt de instellingen voor klimaatregeling niet aanpassen wanneer u de motor op afstand hebt gestart.
N.B.:   Wanneer u het contact aanzet, keert het klimaatregelsysteem terug naar de laatst gebruikte instellingen.
Auto inschakelen
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Vehicle Settings.
  1. Selecteer Remote Start.
  1. Selecteer Climate Control.
  1. Schakel Auto in.
N.B.:   Als u Auto inschakelt, probeert het systeem het interieur te verwarmen of af te koelen tot 22 °C.
N.B.:   Bij koud weer kunnen de verwarmde voorruit, verwarmde achterruit en stoelverwarming worden ingeschakeld.
Last Settings inschakelen
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Vehicle Settings.
  1. Selecteer Remote Start.
  1. Selecteer Climate Control.
  1. Schakel Last Settings in.
N.B.:   Als u Last Settings inschakelt, onthoudt het systeem de laatst gebruikte instellingen.
Instellingen voor stoelverwarming inschakelen
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Vehicle Settings.
  1. Selecteer Remote Start.
  1. Selecteer Seats.
  1. Schakel Auto in.
N.B.:   Als u de instellingen voor stoelverwarming inschakelt, wordt de stoelverwarming ingeschakeld bij koud weer.
Duration instellen
U kunt instellen hoe lang de motor moet draaien.
N.B.:   Wacht enkele seconden voordat de motor op afstand wordt gestart wanneer de motor is afgeslagen.
  1. Selecteer Settings met de bedieningstoetsen voor het informatiedisplay op het stuurwiel.
  1. Selecteer Vehicle Settings.
  1. Selecteer Remote Start.
  1. Selecteer Duration.