Missing Image 
Missing Image
AEenmaal wissen.
BIntervalwissen.
CNormaal wissen.
DSnel wissen.
N.B.:   Laat de voorruit volledig ontdooien voordat u de ruitenwissers inschakelt.
N.B.:   Zorg dat u de ruitenwissers uitschakelt vooraleer u een carwash binnenrijdt.
N.B.:   Reinig de voorruit en de wisserbladen als er strepen of vlekken op de voorruit verschijnen.   Zie   Ruitenwisserbladen controleren.  Breng nieuwe wisserbladen aan indien hiermee het probleem niet is verholpen.   Zie   Ruitenwisserbladen vooraan vervangen
N.B.:   Schakel de ruitenwissers niet in bij een droge voorruit.Daardoor kunnen krassen op de voorruit of kan schade aan de ruitenwisserbladen ontstaan.Gebruik altijd de ruitensproeiers voordat u de wisfunctie op een droge voorruit inschakelt.
Intervalwissen
Missing Image
AKort wisinterval.
BIntervalwissen.
CLang wisinterval.
Gebruik de draaiknop om het wisinterval af te stellen.
N.B.:   Wanneer de rijsnelheid toeneemt, kan het interval tussen het intervalwissen afnemen.