Uw auto heeft een systeem voor selectieve katalytische reductie om de emissieniveaus te beperken door dieseluitlaatvloeistof (AdBlue®) in het uitlaatsysteem te injecteren.Het is mogelijk dat de motor niet start als u het systeem voor selectieve katalytische reductie manipuleert of dit systeem uitschakelt.
Richtlijnen dieseluitlaatvloeistof (AdBlue)
  • Stop geen dieseluitlaatvloeistof in de brandstoftank. Dit kan motorschade veroorzaken die niet onder de voertuiggarantie valt.
  • Tank de brandstoftank niet te vol.
  • Meng dieseluitlaatvloeistof niet met water of een andere vloeistof.
  • Hergebruik een lege vloeistofcontainer niet.
  • Niet opbergen in direct zonlicht.
  • Bewaren bij temperaturen tussen -5°C en 20°C.
  • Bewaar geen vloeistofcontainers in de auto.
  • De vloeistof is niet brandbaar, niet giftig, kleurloos en in water oplosbaar.
Waarschuwingslampjes en berichten
Missing Image  Als het systeem een storing detecteert, gaat een waarschuwingslamp in het instrumentenpaneel branden
De waarschuwingslamp gaat branden wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  • Laag oliepeil
  • Storing of vervuiling systeem selectieve katalytische reductie.
N.B.:   Als de waarschuwingslamp gaat branden, geven de berichten op het informatiedisplay aan of het probleem te maken heeft met de vloeistof of dat er een storing is in het systeem voor selectieve katalytische reductie.   Zie   Infoberichten.  Als de waarschuwingslamp gaat branden terwijl uw auto rijdt en er voldoende vloeistof is, wijst dit op een systeemstoring.Laat uw auto zo snel mogelijk controleren.
Dieseluitlaatvloeistofpeil (AdBlue)
De vloeistof moet op peil worden gehouden om het systeem correct te laten werken. De minimale hoeveelheid die moet worden bijgevuld om de motor opnieuw te starten, bedraagt 5,7 L.   Zie   Infoberichten
N.B.:   Indien uw auto op een helling staat, kan de minimale hoeveelheid die moet worden bijgevuld om de motor opnieuw te starten groter zijn dan 5,7 L.
Dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) vullen
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Vul de dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) bij in een goed geventileerde ruimte. Wanneer de tankdop of de dop van een vloeistofcontainer wordt verwijderd, kunnen ammoniakdampen ontsnappen. Ammoniakdampen irriteren de ogen, de huid en de slijmvliezen. Inhaleren van ammoniakdampen kan een branderig gevoel in de ogen, keel en neus veroorzaken, met tranende ogen of een ernstige hoest tot gevolg.
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Zorg dat er geen dieseluitlaatvloeistof (AdBlue) in contact komt met de ogen, huid of kleding. Als de vloeistof in contact komt met de ogen, spoel ze dan direct met veel water schoon en roep medische hulp in. Reinig de huid met zeep en water. Indien ingeslikt, drink veel water en roep onmiddellijk medische hulp in.

Missing ImageMissing Image
 De vulnek van de dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) bevindt zich naast de brandstofvulnek en heeft een blauwe dop. Vul de tank bij met een vloeistofpomp bij een tankstation voor dieseluitlaatvloeistof (AdBlue) of met een container voor dieseluitlaatvloeistof (AdBlue). De dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) heeft een inhoud van 22 L.
N.B.:   Spoel eventuele gemorste vloeistof op een gelakt oppervlak onmiddellijk af met water en zeep.
Vullen bij een tankstation
 De dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) vullen met een pomp bij een tankstation verloopt net zoals gewoon tanken.Het vulpistool wordt uitgeschakeld wanneer de tank vol is.
Missing Image
Bedien het vulpistool voor dieseluitlaatvloeistof (AdBlue) binnen de getoonde afstand.
N.B.:   Problemen bij het vullen met een dieseluitlaatvloeistofpomp (AdBlue) kunnen worden veroorzaakt door verontreinigde vulapparatuur. Om dit probleem te omzeilen gebruikt u een ander tankstation of een container om de tank bij te vullen.
Vullen met een container
Volg steeds de instructies van de fabrikant.
  1. Verwijder de dop van de dieseluitlaatvloeistofcontainer.Plaats het spuitstuk op de container en draai het vast tot u sterke weerstand voelt.
  1. Verwijder de vuldop van de dieseluitlaatvloeistoftank.
  1. Steek het spuitstuk in de vulnek tot de afdichting op het spuitstuk op de vulnek steunt.Giet de vloeistof in de tank.De vloeistofstroom stopt wanneer de tank vol is.
  1. Zet de container terug verticaal, net onder de vulnek van de dieseluitlaatvloeistoftank.Laat eventuele resterende vloeistof in het spuitstuk terug in de container lopen.
  1. Verwijder het spuitstuk uit de vulnek van de dieseluitlaatvloeistoftank.Plaats de vuldop weer op de dieseluitlaatvloeistoftank.
  1. Verwijder het spuitstuk uit de dieseluitlaatvloeistofcontainer en plaats de dop erop.
N.B.:   Als er nog vloeistof in de container zit, bewaart u deze bij om later te gebruiken.
N.B.:   Het spuitstuk kan worden hergebruikt. Was het spuitstuk met zuiver water vooraleer u het opbergt. Gebruik het spuitstuk niet voor andere vloeistof.
Vullen bij koud weer
Dieseluitlaatvloeistof kan bevriezen als de temperatuur lager is dan -11°C. Uw auto heeft een voorverwarmingssysteem waardoor de vloeistof kan werken bij temperaturen lager dan -11°C. Indien u de dieseluitlaatvloeistoftank (AdBlue) te ver vult en de vloeistof bevriest, kan er schade ontstaan die niet onder de voertuiggarantie valt.