WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Zet het contact steeds uit en schakel de parkeerrem helemaal in voordat u enige onderhoudswerkzaamheden uitvoert of uw auto verlaat. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dat leiden tot ernstige of dodelijke verwondingen als de motor opnieuw start.

Werking
Het systeem is ontworpen om het brandstofverbruik en de CO2-emissies te verlagen door de motor uit te schakelen wanneer de auto stationair draait, bijvoorbeeld bij verkeerslichten. Uw auto heeft een verbeterde startmotor die ontworpen is om de motor vaker te starten.
Het systeem schakelt de motor wellicht niet uit onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld:
  • Als u het bestuurdersportier hebt geopend.
  • Als u de veiligheidsgordel van de bestuurder hebt losgemaakt.
  • Als uw auto zich op grote hoogte bevindt.
  • Als u de verwarmde voorruit hebt ingeschakeld.
  • Als u de transmissie in handgeschakeld (M) hebt gezet.
  • Als uw auto zich op een steile helling bevindt.
  • Als de motor wordt opgewarmd.
  • Als de buitentemperatuur te laag of te hoog is.
  • Als de acculading te laag is of de temperatuur van de accu buiten het optimale bedrijfsbereik ligt.
  • Om het interieurklimaat te behouden of beslaan van de ruiten te voorkomen.
  • Als u het stuur meer dan 270 graden hebt gedraaid.
Het systeem start de motor opnieuw onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld:
  • Als u de verwarmde voorruit hebt ingeschakeld.
  • Als u maximaal ontdooien inschakelt.
  • Als de auto in neutraal bergaf begint te rollen.
  • Om voldoende remhulp te handhaven.
  • Om het interieurklimaat te behouden of beslaan van de ruiten te voorkomen.
N.B.:   De snelheid van de ventilatormotor kan veranderen wanneer het systeem de motor start.
Auto-Start-Stop gebruiken
WAARSCHUWING   WAARSCHUWING:  Schakel de parkeerrem in en schakel in de parkeerstand (P) voordat u de auto verlaat.

De motor stoppen
Breng de auto tot stilstand en houd uw voet op het rempedaal en de transmissie in de vooruit (D).
N.B.:   De motor stopt als u in de parkeerstand (P) schakelt, ongeacht of u het rempedaal al dan niet intrapt.
N.B.:   Stuurbekrachtiging wordt uitgeschakeld wanneer de motor is uitgeschakeld.
De motor opnieuw starten
  • Laat het rempedaal los.
  • Trap het gaspedaal in.
  • Schakel in de stand vooruit (D), achteruit (R), neutraal (N) of handgeschakeld (M).
Het systeem in- en uitschakelen
Missing Image  Het systeem wordt ingeschakeld wanneer u het contact aanzet. Druk op de schakelaar om het uit te schakelen.
N.B.:   OFF gaat branden in de schakelaar.
Druk opnieuw op de schakelaar om het systeem weer in te schakelen.
De indicatielamp van Auto-Start-Stop brandt groen wanneer de motor stopt. Deze knippert oranje en er wordt een bericht weergegeven als u iets moet doen.
Missing Image  De indicatielamp van Auto-Start-Stop brandt grijs en is doorstreept wanneer het systeem niet beschikbaar is.
N.B.:   Het systeem wordt uitgeschakeld wanneer het een storing detecteert. Als het uitgeschakeld blijft, laat u de auto zo snel mogelijk controleren.
Informatiemeldingen

Mededeling   Toestand   Handeling  
Auto StartStop Rempedaal indrukken om motor te starten
Het systeem moet de motor weer starten maar daarvoor is uw bevestiging nodig.   Trap het rempedaal in om de motor te opnieuw te starten.  
Auto StartStop In P stand zetten en motor herstarten
Het systeem werkt niet.   Schakel in de parkeerstand (P) en start de motor zelf opnieuw.  

De accu vervangen
Vervang de accu door een accu met exact dezelfde specificaties opdat het systeem weer naar behoren zal werken.